Nederlandse mode- en kostuumcollecties
Verschillende Nederlandse musea zijn in het bezit van (historische) mode- en kostuumcollecties. Regelmatig organiseren de afzonderlijke musea modetentoonstellingen, waarin onderdelen uit deze collecties worden getoond. Zowel historische kostuums als hedendaagse mode komen aan bod. De verschillende musea leggen elk een eigen accent op hun deelcollecties. Hieronder staat een alfabetisch overzicht van musea met
mode- en kostuumcollecties, hun speerpunten en meest actuele tentoonstellingen of publicaties.
Amsterdam Museum
Het Amsterdam Museum bezit een grote en veelzijdige verzameling historische en hedendaagse kostuums. Meer dan de helft hiervan is door particulieren aan het museum geschonken. Basis van de collectie vormen twee omvangrijke schenkingen. Ten eerste het legaat van Sophia Augusta Lopez Suasso-de Bruijn: in 1890 laat zij haar kunst- en kledingverzameling aan de stad Amsterdam na. De tweede schenking is afkomstig van de voormalige Amsterdamse Vak- en Huishoudschool Prinses Irene. De schenking van meer dan 200 kledingstukken, hoeden en accessoires bevat in hoofdzaak dameskleding uit de periode van 1760 tot 1920. Het huidige verzamelbeleid richt zich op kleding en accessoires die verbonden zijn met Amsterdam: ontworpen/ gemaakt door een Amsterdamse ontwerper, gekocht in een Amsterdamse zaak of gedragen door een Amsterdammer. Het biografische aspect staat centraal. Het museum verzamelt zowel couture als straatkleding. Regelmatig worden er mode- en kostuumtentoonstellingen georganiseerd.
Sinds 1999 is Annemarie den Dekker conservator kunstnijverheid & kostuum/mode bij het Amsterdam Museum.
Centraal Museum
De mode- en kostuumcollectie van het Centraal Museum behoort tot een van de oudste openbare verzamelingen op haar gebied en omvat inmiddels ruim 8500 objecten. De collectie is zeer gevariëerd: van de 18de eeuw tot nu, van dames-, heren- en kinderkleding tot accessoires. In 1917 gaf jonkvrouwe Dr. C.H. de Jonge gestalte aan de verzameling. Vanaf de jaren ’90 richt het collectiebeleid van het Centraal Museum zich op actualiteit in de mode. De nadruk lag op presentatie en verzamelen van Nederlandse ontwerpers. Inmiddels zijn daar internationale namen aan toegevoegd, zoals Maison Martin Margiela en Hussein Chalayan. Nog steeds is het bijeenbrengen van hedendaagse mode een van de belangrijkste speerpunten. Met enige regelmaat organiseert het museum grote modetentoonstellingen om bezoekers kennis en inzicht te laten verwerven en hen te prikkelen op het gebied van modevormgeving.
Sinds 2009 is Ninke Bloemberg projectconservator mode en kostuum.
Fries Museum Leeuwarden
Het Fries Museum is hèt museum voor kunst, cultuur en geschiedenis van Friesland en heeft een collectie kleding en accessoires van circa 14.000 objecten. De exotisch ogende dracht van Hindeloopen werd al in 1850 verzameld. Echtgenotes van welvarende Hindelooper scheepskapiteins kochten in Amsterdam ‘sitsen en bontjes’, veelkleurige gebloemde en geruite stoffen, door de VOC aangevoerd uit India. Die toen hypermoderne stoffen verwerkten ze in hun traditionele kleding. De vrouwen in de rest van Friesland gaven een eigen ‘touch’ aan modekleding door er een gouden of zilveren oorijzer met een kanten muts, een halsdoek en sierschort bij te dragen. Oorijzer en mutsen pasten zich van de zestiende tot in de twintigste eeuw op een eigen manier bij de mode aan. Na de Tweede Wereldoorlog is er een nieuw ‘Fries kostuum’ in de stijl van Dior’s New Look bedacht, dat nog steeds gedragen wordt door een van de Friese dansgroepen. De huidige kleedstijl in Friesland is vooral praktisch van aard, maar vrijwel alle stijlen worden gedragen, van H&M tot People of the Labyrint. Typisch Fries is dat niet, daarom wordt alleen hedendaagse mode aan de collectie toegevoegd, die iets te maken heeft met de historische kleding. Kern is kleding van beschilderd katoen (sits) en de gedrukte variant, waarvan Oilily een hedendaags voorbeeld is.
Sinds1980 is Gieneke Arnolli conservator (parttime) van de collectie Mode en textiel.
Gemeentemuseum Den Haag
Het Gemeentemuseum Den Haag beheert de collectie van het voormalig Nederlands Kostuummuseum. De basis van de collectie werd gevormd door de oorspronkelijke kostuumcollectie van het Haags Gemeentemuseum, die werd aangevuld met schenkingen die bijeen waren gebracht door de ‘Stichting Vrienden van het Nederlands Costuummuseum’ (1950-1968). Daarnaast vormt een zeer belangrijke aanwinst de verwerving in 1951 van de collectie van de acteur / verzamelaar Cruys Voorbergh. Met meer dan 45.000 kostuums en accessoires en ongeveer 15.000 modeprenten en –tekeningen behoort deze collectie tot een van de grootste en belangrijkste modecollecties ter wereld. Het verzamelbeleid van de kostuumcollectie heeft zich vanaf het begin gericht op kleding en accessoires die in Nederland zijn gedragen en op kostuums die toonaangevend zijn voor de mode in Nederland en in internationaal opzicht. De collectie omvat naast mode tevens aan mode gerelateerde voorbeelden van streekdracht, zoals kostuums uit Marken, de Zaanstreek of Scheveningen. In de Wonderkamers van het museum zijn het hele jaar door ongeveer 20 kostuums en 70 accessoires te zien uit verschillende periodes. Daarnaast wordt een keer per jaar een grote modetentoonstelling georganiseerd.
Museum Rotterdam
De collectie van Museum Rotterdam is ontstaan uit de 19de-eeuwse stedelijke antiquiteitenverzameling van de stad Rotterdam, waaronder 15 herenkledingstukken uit de 18de eeuw. Deze vormden de basis voor de mode- en kostuumcollectie. In de loop van de 20ste eeuw is de collectie uitgegroeid met kleding van welgestelde Rotterdammers, aangevuld met aankopen van tweedehandse daagse kleding op de dinsdagse markt in Rotterdam.
In de periode 2009-2012 ligt het accent op uitbreiding van de collectie van het hedendaagse Rotterdam. Twee accenten zijn daarin duidelijk herkenbaar: jongeren en bewoners van Rotterdamse wijken. Het museum organiseert regelmatig mode- en kostuumtentoonstellingen. Sinds een aantal jaar kent het museum een nieuwe methode van verzamelen, deze wordt omschreven als 'participerend verzamelen'. In de publicatie Roffa 5314 die in de loop van 2009 zal verschijnen wordt deze methode toegelicht.
Sinds 1992 is Sjouk Hoitsma conservator van de mode-, kostuum- en textielcollectie.
Nederlands Openluchtmuseum biedt onderdak aan de grootste verzameling van Nederlandse streekgebonden kleding en informatie daarover. Het museum beheert de Rijkscollectie en sinds 1949 ook de Collectie Koningin Wilhelmina, eigendom van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis van Oranje Nassau. Naast losse kledingstukken en sieraden zijn vanaf het begin afbeeldingen van streekdrachten verzameld in de vorm van prenten, tekeningen en schilderijen, foto’s en ansichtkaarten. Daarop is te zien door wie, waar en hoe de kleding werd gedragen. Patroontekeningen, stofstalen en gereedschappen van de mutsenmaakster vertellen iets over het maken van de kleding. Hanneke van Zuthem is conservator sinds 1984.
Paleis 't Loo Apeldoorn Rijksmuseum Amsterdam Museum TwentseWelle Enschede TwentseWelle heeft een uitgebreide en zeer gevarieerde collectie historische kleding, bestaande uit vrouwen-, mannen- en kinderkleding. Uit de 18de eeuw dateren de sitsen jakken en vrouwenkostuums, kleurrijke mutsen, zonnehoeden, muiltjes, hoeden en poppenkleertjes. Deze kleding ziet er fleurig en gaaf uit. Dat geldt ook voor de damasten en linnen mannenvesten en de hoeden.
De afdeling kostuums en textiel van Paleis Het Loo Nationaal Museum te Apeldoorn omvat, op enkele losstaande stukken en deelcollecties als damast, vaandels en herinneringstextiel na, drie uitgebreide kostuumcollecties: de koninklijke kleding, de ambtskostuums en de hoflivreien. De collectie koninklijke kleding bestaat voor het grootste gedeelte uit permanente bruiklenen van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau te Den Haag en van de Koninklijke Verzamelingen te Den Haag. Ook van de Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau zijn een aantal objecten in bruikleen en verder wordt de collectie aangevuld met schenkingen en aankopen. Het oudste stuk in de collectie koninklijk kleding is een Japonsche rok uit het bezit van stadhouder Willem V, te dateren tussen 1730 en 1760. Een meer recent kledingstuk is bijvoorbeeld een avondjurk, gedragen door prinses Juliana in 1990. Het accent binnen de koninklijke kleding ligt vooral op de 19e en 20ste eeuw.
Sinds 2003 is mw. drs. T. Rosa de Carvalho conservator kostuums en textiel.
De verzameling kostuums en accessoires in het Rijksmuseum is de oudste in Nederland en kent haar oorsprong in het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst dat tot 1883 in Den Haag was gevestigd. Er werd een actief aankoopbeleid gevoerd waarbij de nadruk lag op de 17de en 18de eeuw, maar ook de actualiteit werd niet geschuwd. In 1883 werd het Nederlandsch Museum ondergebracht in het nieuwe gebouw (Rijksmuseum) in Amsterdam en samengevoegd met delen van het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden. In de collectie bevond zich naast een aantal Koninklijke kledingstukken en accessoires, ook textiel en een verzameling kant. De collectie werd al snel aangevuld met veelal kostuumschenkingen uit de 17de t/m 19de eeuw. Daarnaast is er altijd een actief aankoopbeleid gevoerd. Vandaag de dag telt de verzameling kostuums en accessoires zo’n 10.000 voorwerpen.
Sinds 1980 is Bianca du Mortier conservator Kostuum bij het Rijksmuseum.
De hele 19de eeuw is in de verzameling sterk vertegenwoordigd, o.a. met een paar lichte, katoenen japonnen met pelerines uit ca. 1830 en modekostuums uit de periode van 1850 tot 1890. Het verschil tussen streekdracht en stadse dracht tekent zich af. De stadse modekostuums zijn elegant en kleurig terwijl de streekdracht steeds zwaarder en donkerder wordt. De vrouwenkostuums en de streekdrachtkostuums in de collectie uit de 19de eeuw zijn voorzien van alle mogelijke accessoires: onderkleding, kousen, schoeisel, hoeden en hoedjes, parasols, sieraden, knoopdoekjes, omslagdoeken, handschoenen, beugeltasjes, etc.
De 20ste eeuwse collectie bestaat uit drie elementen: stadse kleding, streekdracht en arbeiderskleding. De Twentse modekleding komt steeds meer overeen met de landelijke mode, zoals duidelijk te zien is bij de trouwjaponnen, o.a. bij een kopie van de trouwjapon van prinses Juliana en een charleston trouwjapon, en bij de uitgaanskleding. Er is een kostelijke verzameling gala-, bal- en cocktailjaponnen met toebehoren, daterend tussen 1920 en 1960. Soms nog gemaakt door een naaister maar steeds meer door Enschedese modehuizen, zoals Trautman-Menko, en van stoffen die in Twente geproduceerd werden. De Twentse streekdracht blijft een meer regionaal karakter houden, zoals het trouwkostuum van een boerin uit het begin van de 20ste eeuw laat zien. De arbeiderskleding van zowel mannen als vrouwen is afkomstig van Twentse textielarbeiders en boeren en beslaat de eerste helft van de 20ste eeuw. Deze kleding is vaak zelfgemaakt van dikke katoen of dik linnen en vertoont veel gebruikssporen. Sommige jakken en hemden zijn ingenieus versteld of letterlijk opgelapt.
In de kledingcollectie van TwentseWelle is de grote verzameling kleding en andere textilia van de Oudheidkamer Twente (1905) als bruikleen opgenomen. Samen met de kledingcollectie van voormalig Museum Jannink, dat in 2006 opging in Museum TwentseWelle, is het een buitengewoon interessante en gevarieerde collectie. Alle kleding is afkomstig uit Twente of hier aantoonbaar gedragen.
In de vaste presentatie van TwentseWelle is steeds een deel van de kledingcollectie te zien. O.a. de 18de eeuwse kleding en 75 knipmutsen uit de grootste verzameling knipmutsen ter wereld.
TwentseWelle biedt modestudenten van AMFI en ROC van Twente de gelegenheid de kledingcollectie te gebruiken om inspiratie op te doen voor hun ontwerpen.
Sinds 2006 is Aukje Krommendijk conservator.

