TC op Locatie: Driessen+Van Deijne

(i.s.m. Marx & Steketee architecten)

Utrecht, 28 juni 2019

Na de ontvangst in de centrale hal van de Universiteit van Utrecht op Drift 23, lopen we gezamenlijk naar de eerste twee stijlkamers. Het zijn twee stijlkamers aan elkaar verbonden met deuren en een suite. We lopen door de eerste stijlkamer om vervolgens plaats te nemen in de tweede stijlkamer. Dat dit de rijke kamer is, kunnen we zien aan het feit dat de vloer kaal is, vertelt Toon. Een kale vloer omdat hier oorspronkelijk een mooi tapijt lag. De andere kamer heeft alles in spiegelbeeld en is minder fraai in details. Hil vertelt ons over de kernwaarden van de stijlkamer: het trompe-l’oeil effect en het licht binnen halen. De stijlkamer dateert uit het begin van de 19e eeuw. Een complexiteit bij het opleveren, was het feit dat het brandvertragend moest zijn. Toon grapt dat werkelijk alles afbrand van de kamer, behalve hun bespanningen. Er is ontzettend veel te zien in de kamer en wat met name opvalt, zijn de prachtige details van bijvoorbeeld de houtbeschilderingen, uniek zeker voor die tijd. Er is een foto uit het archief gehaald, de deuren van de stijlkamer kunnen open richting de tuin. Je ziet mevrouw van Grevensteijn (Stichting Restauratie Atelier Limburg) in de deuropening zitten. Het is zwaar en donker in de kamer. In de briefing stond dat het ontwerp moest worden uitgevoerd in rood geweven stof. Ze hebben enorm gepleit voor een andere insteek; niet het gebruik van de kleur rood maar juist het licht naar binnen halen. Met een maquette is het gelukt om een ander beeld te schetsen.

foto: Maarten Noordijk

foto: Maarten Noordijk

Hoe is er te werk gegaan

Geïnspireerd door de landschapsschilderingen is een abstracte boom gestikt in vinyl. Dit materiaal heeft een natuurlijke textuur, maar het nadeel is dat je geen foutje kunt maken, dan heb je direct een gat. Het ontwerp (± A1 formaat) is vervolgens gefotografeerd onder een echte boom, waardoor er prachtige licht en schaduweffecten ontstaan. De mooiste fragmenten van de foto zijn geprint op polyester. Er is gekozen voor composities in spiegelbeeld, ze hebben daarbij rekening gehouden met de ligging van de kamers.

De stijlkamers zijn gestoffeerd door een professionele stoffeerder. Alles is precies ingemeten. Resten van de oorspronkelijke bespanning werden op hun plaats gelaten zodat ze in de toekomst altijd beschikbaar blijven. De eerste panelen waren een puzzel vanwege de optische effecten waardoor de stoffeerder geconfronteerd werd met schijnbare plooivorming, de laatste panelen gingen als vanzelf. De lagen bestaan uit jute, papier, een laag molton en dan de bespanning. Het is zeer specialistisch werk. In Nederland zijn er nog slechts een handvol mensen die dit kunnen, zoals de stoffeerders die bij Paleis Soestdijk werken.

Hil en Toon vinden het belangrijk dat het opgeleverde werk open en tijdloos is. Dat het tot de verbeelding spreekt en voor iedereen een eigen verhaal kan vormen. Na deel I van de presentatie kijken we nog even samen op de “zolder”. Een afgesloten ruimte voor studenten die is ontworpen door Driessen+Van Deijne. Het is een slim ingerichte ruimte met ouderwetse banken waarop je kunt zitten en liggen en met de kleine bijzettafeltjes heb je een fijne werkplek voor je laptop. De ruimte is in beheer van studenten en er wordt veelvuldig gebruik van gemaakt.

Deel II van de presentatie vindt plaats in het Janskerkhof complex. We lopen een minuut of vijf door het historische centrum van Utrecht. Het onderwijsgebouw is een omvangrijk complex en gerestaureerd en gereorganiseerd in 2015. Ruimtes door het hele gebouw zijn nu voorzien van 152 geluidsabsorberende wandpanelen naar ontwerp van Driessen+Van Deijne.

foto: Maarten Noordijk

foto: Maarten Noordijk

We nemen plaats in één van de ruimtes. Het voormalig Minderbroeders klooster werd achtereenvolgens vergaderzaal van de Staten van Utrecht, kazerne en anatomisch-zoölogisch laboratorium en is sinds 1816 in gebruik van de Universiteit Utrecht. De rijke geschiedenis en de mensen die gebruik hebben gemaakt van deze ruimte, van Lodewijk Napoleon tot de regering, vormden een rijke inspiratiebron voor Driessen+Van Deijne.

Het eerste voorstel was een jacquard geweven stof. Ondanks een enthousiaste presentatie werd al snel duidelijk dat dit niet gerealiseerd kon worden, het was bij voorbaat te duur en de zogenaamde ‘slapende draden’ te kwetsbaar. De voorkant van de stof was prachtig, maar de achterkant fenomenaal. Er werd daarom opnieuw gekozen voor een digitale print en wel van die achterkant. Voorwerpen als rolletjes lood (voor de glas-in-loodramen), gestapelde wetboeken en opgerolde akten met touw, zegel, kalligrafieën en inktvlekken dienden als inspiratie voor de assemblages die in de studio werden gefotografeerd. Ook de Lindeboom - refererend aan het bestuursrecht onder de Lindeboom - kwam terug. Het is belangrijk om talloze afbeeldingen te schieten en selecties te maken: zo ontstaat een rijk neergezet, uniek beeld. Deze beelden worden steeds opnieuw gebruikt. Dat is een kwestie van het creatieve spel en haalbaarheid binnen het budget.

Een belangrijk aspect is ook het bepalen van de definitieve kleur. Aan de hand van diverse kleurstalen wordt ter plekke, onder de juiste lichtomstandigheden, de definitieve kleurstelling bepaald.

Het uiteindelijke resultaat is prachtig geworden. Het zijn de gefotografeerde materiaalcomposities. De uitvergrote foto’s zijn hier dus eerst uitgevoerd als een jacquard weefsel, dat vervolgens weer is gefotografeerd en afgedrukt op de stof die uiteindelijk in de wandbetimmering is gespannen. Driessen en Van Deijne leggen uit dat deze gelaagdheid in de weergave – weefselbindingen weergegeven op een weefsel – zorgen voor een nog sterkere abstractie en suggestiviteit. Als tegenwicht voor de sterke grilligheid van het dessin is gekozen voor een symmetrische indeling, die ook de achttiende-eeuwse wandbetimmering van de kamers kenmerkt.

We kijken rond in de ruimtes en verwonderen ons over de schoonheid. Het was weer een hele bijzondere TC op locatie. Bedankt voor de kennis, inspiratie en informatie!

Tekst: Sarah Ruijter