Revival van Textiel

Verslag Revival van Textiel
11 april 2019

Het voorjaarssymposium van de Textielcommissie stond dit keer in het teken van de herwaardering van textiel. Een schijnbare tegenstrijdigheid aangezien men zou denken dat er onder volgers van de Textielcommissie nooit sprake is geweest van een mindere waardering van textiel. Gezien het uitgebreide en zeer gevarieerde programma, blijkt dit toch een interessante invalshoek voor het symposium.

Op het uitverkochte symposium heet voorzitter Ria van Els ons welkom. Tevens kondigt zij het vertrek van bestuurslid en hoofdredacteur Annette Kipp aan: een bloemetje wordt uitgereikt aan deze drijvende kracht achter de Studies in Textiel publicaties van de Textielcommissie!

IMG_20190411_094649.jpg

Vervolgens draagt Ria de persoonlijke introductie van Hester Gersonius voor, die wegens ziekte haar dagvoorzitterschap moest opgeven. Uit haar eigen bedrijfje ‘Manic Monday’, een uit de hand gelopen hobby, blijkt de persoonlijke affiniteit van Hester met het onderwerp van het symposium: met de hand creëert zij borduurwerkjes waarin zij de typische vormentaal van de oubollige borduurwerkjes combineert met hedendaagse slogans, zoals ‘Thug life’. Herkenbaarheid en nostalgie zijn volgens haar de redenen waarom deze borduurwerkjes zo aanslaan onder het publiek.

Volgens Jan Meijer die in Hesters plaats de rol van dagvoorzitter op zich heeft genomen, haken bedrijven ook gretig op de trend van nostalgie in. Hij toont ons een korte film van één van zijn meest inspirerende voorbeelden: het Amerikaanse outdoor merk Patagonia. Hierin halen verschillende outdoor sportbeoefenaars herinneringen op aan de hand van hun gehavende (Patagonia) kledingstukken. (Bekijk deze en andere Patagonia filmpjes hier.)


Reparaties en oude restauraties in het Rijksmuseum

En zo is het ook een beetje met bepaalde collectiestukken van het Rijksmuseum, zoals toegelicht door Suzan Meijer, hoofd restauratie textiel. Bij bepaalde objecten zijn in het verleden namelijk veranderingen aangebracht en daarbij wordt soms door het museum de keuze gemaakt om deze verandering ongedaan te maken en dus het object naar zijn oorspronkelijke vorm terug te brengen, maar soms wordt ook heel bewust besloten om dat niet te doen vanwege het verhaal dat hieraan vastkleeft.

Bij dergelijke gevallen stellen de restauratoren daarom altijd de volgende vragen: hoe is de verandering ontstaan, is het wenselijk om deze weg te halen, is de oorspronkelijke vorm bekend en is het mogelijk om het object te herstellen? Zo is besloten om de unieke jaren ‘20 jurk met Perzische motieven, waarvan de armsgaten kleiner werden gemaakt in de jaren ‘70 en die inmiddels onopstelbaar was, wel te herstellen omdat alle vragen positief beantwoord konden worden.

Bij de collectie eind 18e eeuwse jurken die door de Familie Six eind 19e eeuw werd aangekocht op een veiling met als doel deze op feesten te dragen en waarvoor de pasvormen aangepast moesten worden, werd echter besloten de veranderingen in ere te laten. De context van het gebruik van de jurken door de familie Six en het beeldmateriaal dat hiervan nog is bewaard gebleven, maakt de aangepaste jurken tot een erg interessant gegeven. Bovendien is van de oorspronkelijke context van de 18e eeuwse jurken niets bekend. Volgens Suzan is er sprake van een toenemende waardering voor de geschiedenis van textiele objecten en hun gebruikssporen.

IMG_20190411_130610.jpg

De wereld van vintage kleding

Ook voor vintage expert Saskia van Gemeren neemt de waarde van een kledingstuk toe als er een geschiedenis aan vastkleeft, daarom verkiest zij persoonlijk de aankoop van vintage kleding boven de aankoop van nieuwe kleding. Wat echter aanvankelijk begon als een persoonlijke interesse is inmiddels uitgegroeid tot een specialisme. Ze legt ons uit hoe ze aan de hand van drie zaken probeert te duiden wat de kwaliteit en datering van een stuk is.

  • Op het eerste gezicht probeert ze in te schatten uit welke stijlperiode een stuk komt,

  • vervolgens haalt ze veel informatie uit het label: het merk (of juist het ontbreken hiervan) en de stijl van het label zeggen ook veel over de stijlperiode en de plaats van vervaardiging over de kwaliteit van het stuk.

  • Ten slotte bekijkt ze de samenstelling van materialen: bepaalde materialen zijn typisch voor een specifieke stijlperiode en daarnaast zegt het natuurlijk ook veel over de kwaliteit van een stuk.

Vandaag de dag wordt vintage kleding op veel verschillende manieren aangeboden: van kwantiteit tegen een spotprijs (per kilo) waarbij het aan de koper is om de parels er tussenuit te vissen, tot high-end vintage boetieks waar de voorselectie reeds is gedaan en je de hoofdprijs betaald voor een uniek stuk. Saskia’s persoonlijke motivatie is dat vintage kleding uniek is, een verhaal heeft, duurzaam is. Ze sluit af met haar conclusie dat net zoals in de jaren ‘70, in vintage winkels nog steeds mode wordt gemaakt.  


Versleten linnengoed

Kunsthistorica Sanny de Zoete heeft ook een voorkeur voor textiel met een verhaal; huishoudtextiel in haar geval. Behalve het mooie linnengoed van welgestelde families verzamelt zij ook kapot en versleten linnen, want dat vertelt een heel eigen verhaal over duurzaamheid, zuinigheid, en noodzaak. Dit geldt ook voor de adellijke linnenuitzet van barones Schimmelpenninck van der Oye-de Beaufort die in de handen van Sanny terecht is gekomen, bestaande uit tot op de draad versleten tafellakens, servetten, beddenlakens, slopen, stofdoeken, theedoeken en handdoeken. Odette die deze linnenuitzet in 1945 van haar schoonmoeder de barones kreeg toen ze met diens zoon trouwde, heeft blijkbaar nooit geleerd hoe ze haar linnengoed moest verstellen en stoppen, want de herstellingen zien er zeer ondeskundig uit. Wanneer ze met de baron huwt is de oorlog net voorbij en heerst er enorme schaarste, zeker ook aan huishoudtextiel. Een nieuwe linnenuitzet is dus niet aan de orde.

De tentoonstelling “Zo heurt het (niet!); het versleten linnengoed van de barones” die in Museum het Leids Wevershuis plaatsvond, werd om dit versleten linnengoed gebouwd. Een uniek gegeven, want linnengoed van arme mensen is haast nooit bewaard gebleven. Door het linnengoed te presenteren naast stalenboeken, werd tevens getoond hoe het linnen er uitzag toen het nog nieuw was en door stop- en verstellappen toe te voegen, kon men zien hoe het wel heurde. Het uitgeleefde Wevershuis als achtergrond van deze tentoonstelling maakte de beleving tenslotte helemaal compleet.


Geborduurde vlekken

Ontwerpster Sara Vrugt heeft net als Sanny een grote voorliefde voor tafellinnen met een verhaal. In eerste instantie heeft ze zich dan ook tot Sanny gericht die haar wat basiskennis over linnen damast heeft kunnen bijbrengen. Vervolgens heeft ze in haar zoektocht naar geschikt antiek tafellinnen voor haar ontwerpen een oog ontwikkeld voor het herkennen van interessante herstellingen en merkjes en kwam ze er tevens achter dat door te spelen met licht bij het fotograferen van damast verschillende kleuren zichtbaar worden afhankelijk van hoe het damast geweven is. Geïnspireerd op de volksbanketten die werden georganiseerd in De Vooruit in Gent, wil ze vlekken op het tafelkleed vieren, omdat deze herinneringen oproepen aan een geslaagde avond. Als designer neemt ze de kring als esthetisch uitgangspunt en borduurt deze in verschillende kleuren garens op de antieke tafellakens. Op die manier voegt ze als ontwerper nog meer verhaal toe aan het object.

De kunst van het goudborduren

Ontwerpster Alina Blasquez neemt altijd materiaal als uitgangspunt voor de vorm van haar ontwerpen. Na haar opleiding Beeldende Kunst & Vormgeving besluit ze haar mogelijkheden uit te breiden door zich de aloude ambacht van het goudborduren eigen te maken. Hiertoe volgt ze de opleiding aan de l’Ecole Lesage in Parijs. Ze toont ons een kijkje in de keuken van deze zeer arbeidsintensieve techniek en laat ons de mogelijkheden en de verschillende kwaliteiten van de beschikbare materialen zien aan de hand van eigen werkfoto’s, maar vooral haar live presentatie tijdens de pauze is zeer boeiend! De techniek is al honderden jaren dezelfde, alleen de toepassingen en concepten zijn veranderd. Ze ziet het als haar taak om deze techniek in stand te houden.


Textielkunst

Tijdens de pauze kunnen we ook de werken ‘Kleurrijk’ en ‘Hulde’ van textielkunstenares Mieke Werners bewonderen. Beide werken bestaan uit een installatie van vilten handen uitgevoerd in een gedroogde techniek, waardoor de zachte, tactiele eigenschap behouden blijft. De installaties nemen in iedere omgeving een andere vorm aan.

IMG_20190411_094030.jpg

Hoogwaardige Italiaans geweven textiel

Na de lunchpauze vertelt Eva Basile, kunsthistoricus en textieldesigner ons over het werk van de Lisio Foundation in Florence die zich bezighoudt met textielreconstructie en -restauratie. De oorsprong van deze foundation ligt aan het begin van de 20e eeuw. Op dat moment is er sprake van een revival van hoogwaardig textiel in de mode, in Italiaanse Renaissance stijl om precies te zijn, voortkomend uit een sterk nationalistisch gevoel dat heerst in die tijd. Giuseppe Lisio speelt hierop in door in 1906 een weverij te openen die zijden fluweel en borduurwerken produceert op antieke jacquard weefgetouwen. De weverij produceert niet alleen stoffen geïnspireerd op antiek textiel, deels op basis van nog beschikbare antieke ponskaarten, maar soms wordt ook het effect van een versleten ketting hieraan toegevoegd, waardoor het letterlijk antieke stoffen lijken te zijn.

De foundation, opgericht in 1971 door zijn dochter Fidalmo Lisio, heeft als doel om de nalatenschap van haar vader te waarborgen: het atelier, de antieke weefgetouwen en de technische tekeningen en tevens de kunst van het ambachtelijk weven van kostbare stoffen in leven te houden door de verspreiding van kennis over het Italiaanse en internationale textielerfgoed, praktisch en inhoudelijk textielonderwijs en de productie van hoogwaardige geweven en geborduurde stoffen voor haute couture, musea, etc.


Moderne technieken

Van ambachtelijke weeftechnieken schakelen we over naar zeer moderne technieken in het werk van Driessen + van Deijne. Hil Driessen, die samen met Toon van Deijne het ontwerpduo vormt, legt uit dat deze samenwerking die ze zijn aangegaan in 2002 van groot belang is voor de ontwikkeling van hun werk. Ze versterken elkaar namelijk in de wil om te onderzoeken en te experimenteren. Dit vormt telkens de basis waaruit een breed pallet van mogelijkheden ontstaat zowel in uitdrukking, techniek als uitvoering.

Dit gegeven leende zich ook perfect voor een opdracht die zij kregen voor het Janskerkhofcomplex, een historisch gebouw van de Universiteit Utrecht, waarvoor ze wandbespanningen en akoestische wandpanelen moesten ontwerpen. In eerste instantie lijken de motieven op de panelen abstract, maar de ontwerpers zijn uitgegaan van gefotografeerde concrete objecten, waarbij ze zich hebben laten inspireren door de geschiedenis van het gebouw: voorwerpen als rolletjes lood (voor de glas-in-loodramen), gestapelde wetboeken en opgerolde akten met touw, zegels, kalligrafieën en inktvlekken dienden voor assemblages die in de studio werden gefotografeerd.

De composities werden uitvergroot en op bijzonder hoge resolutie afgedrukt op de akoestische panelen. De kleuren van de panelen zijn dan weer globaal gerelateerd aan de functies van die ruimte. In panelen voor de verkeersruimtes overheerst geel, in de onderwijsruimtes hangen blauwe panelen en grijs is toegepast in bespreekruimtes. Hun werk beweegt zich op het grensgebied van beeldende kunst en vormgeving en laat zich niet in een hokje plaatsen.


Hergebruikte sitsen in het Fries Museum

Vervolgens gaan we opnieuw terug in de tijd met textielonderzoeker Gieneke Arnolli die ons een aantal zeer tot de verbeelding sprekende voorbeelden toont van hergebruikte sits stoffen uit de collectie van het Fries Museum. Op de rug van een jak uit 17e eeuwse sits is te zien dat bepaalde fragmenten op de rug sterker zijn gesleten dan andere. We krijgen een kinderjak te zien, gemaakt uit een damesrok, we zien hoe een robe de la francaise is omgebouwd tot een jaren vijftig avondjurk en een empire meisjesjakje dat is opgebouwd uit maar liefst 76 lapjes vroeg indiase sits. Uit deze voorbeelden blijkt de inventiviteit en creativiteit bij het hergebruiken en repareren van textiel materiaal. Gieneke stelt dat goed materiaal hét kenmerk van duurzaamheid is!


De beeldvorming van Zaanse streekdracht

De dag wordt afgesloten met een presentatie van Inge Bosman die zich bezighoudt met onderzoek naar en het maken van replica’s van 17e en 18e eeuwse kostuums. Hierbij verbaasde zij zich steeds meer over de beeldvorming van de Zaanse streekdracht, namelijk dat dit een statische streekdracht zou zijn. Door het nabijgelegen Amsterdam was het echter een modevolgende streekdracht van kooplieden, die haar hoogtepunt beleefde eind 18e eeuw.

Dit verkeerde imago is volgens haar het gevolg van het toneelspel ‘De Bloem van Zaandijk’, dat werd geschreven ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van Zaandijk in 1894. In die periode is er een opleving van het nationalisme, een hang naar het verleden en dus een hernieuwde interesse in streekdracht. Het toneelspel behandelt de historie van Zaandijk en het familieleven van een eeuw daarvoor en dankt zijn populariteit vooral aan de bruiloftsscène aan het eind, waarvoor de cast van 30 man zo mooi mogelijk aangekleed moest worden. Bij gebrek aan budget, werd beroep gedaan op de zolders van de zuinige dorpsgenoten.

De vraag is echter hoe men eind 18e eeuw gekleed ging. Er bestaan niet veel afbeeldingen uit die tijd en deze spreken elkaar bovendien tegen: we zien zowel een sluik silhouet als een silhouet met panier. Men kiest een mix van de mooiste kostuums uit de laat 18e en vroeg 19e eeuw en besluit te gaan voor het sluike silhouet. De 18e eeuwse rokken waren hiervoor echter veel te breed en werden verbouwd tot 2 smalle rokken. Vanwege het breder geworden postuur van vrouwen in de 19e eeuw werden de voorpanden van de jakken verbreed door middel van rijglinten en verlengbandjes. Dit is uiteraard geen fraai gezicht en dus worden de halsdoeken over de jakken gedragen in plaats van erin. Er worden kortom veel concessies gedaan, maar het eindresultaat is fraai.

Wegens groot succes is het toneelstuk nog verschillende malen opgevoerd tot in 1946, wanneer men beseft dat dit te schadelijk is voor de antieke kledij en dan wordt de collectie geschonken aan de Zaanse Oudheidskamer, later het Zaans Museum. Hier kende men niet meer het verschil in de mode van de streekdracht tussen de laatste helft 18e eeuw en begin 19e eeuw, dus werd alles opgesteld op de toneelmanier: een sluik silhouet en bovendien een mix van kledingstukken en accessoires uit verschillende periodes. Hierdoor ontstaat dus onterecht het beeld van een statische streekdracht, dat vervolgens wordt bevestigd door kostuumgroepen. Inge duikt intussen in de collectie van het museum en kan verschillende kledingstukken uit de collectie traceren op archieffoto’s, waardoor deze beter geduid kunnen worden en terug in hun oorspronkelijke vorm kunnen worden opgesteld. Inmiddels is de panier weer terug in de replica streekdracht van eind 18e eeuw en sinds de jaren ‘90 heeft ook het Zaans Museum de opstelling van dit vrouwenkostuum aangepast.  

IMG_20190411_094137.jpg

Traditiegetrouw wordt de dag afgesloten met een (netwerk)borrel, waarbij men kan terugblikken op een zeer gevarieerde dag: van de waardering van museale wandtapijten tot huishoudelijk textiel en van de eeuwenoude ambachtelijke productie van jacquards en (goud)borduurwerk tot vintage mode per kilo.

Tot slot nodigt de Textielcommissie alle aanwezigen uit voor het najaarssymposium ‘Het belang van vorm’ i.s.m. de Meesteropleiding Coupeur dat zal plaatsvinden op 9 november in de Jeruzalemkerk in Amsterdam.


Tekst: Danique Klijs
Fotografie: Sterre Snijders